Over het conflict tussen Israël en de Palestijnen: Een kwestie van land en identiteit

Een geschiedeniskatern voor
het voortgezet onderwijs

Sonia van Enter, Deep Level Learning

Dit is een uitgave van het CIDI

hometerug

Voorwoord

Welkom bij de digitale versie van het geschiedeniskatern over het conflict tussen Israël en de Palestijnen, ontwikkeld door Deep Level Learning in opdracht van het Centrum Informatie en Documentatie Israel. Het katern is speciaal ontwikkeld voor het keuzevak geschiedenis, keuzeonderwerp: De brandhaard Israel/Palestina, en poogt het onderwerp te presenteren in historische context, met aandacht voor de twee partijen in het conflict.

Het katern is geschikt voor VMBO-GL/T-leerlingen, HAVO/VWO-leerlingen, projectonderwijs en anderen. (Zie achtergrondinfo Informatie voor docenten.)

Het CIDI biedt voor docenten een inleidende workshop over dit onderwerp aan. De bijbehorende overzichtsposter is te bestellen bij het CIDI (cidi@cidi.nl), evenals een versie van dit katern in boekvorm. Met vragen en opmerkingen kunt u bij ons terecht.

We hopen dat de leerlingen, die zich verdiepen in deze tekst, een basis ontwikkelen voor het kritisch volgen van de actualiteit. Wie weet maakt het nieuwsgierig en wil je daardoor meer te weten komen over het onderwerp.

H. Luden, directeur

Deel I
hometerug

De lange arm van de geschiedenis

hometerug

A.Wat is het gebied waar het om gaat?

kaart-1-wereld.png
1
Vragen

1. Wat versta je onder ‘het Midden-Oosten’? Noem tien landen die in het Midden-Oosten liggen.

2. Er zijn in totaal ongeveer twintig Arabische landen, leden van de Arabische Liga. Zoek er vijftien van op en geef ze aan op een kaart. Geef ook aan waar Israël ligt.

kaart-het-gebied.png
hometerug

B.De Joden

hometerug

1.Oude geschiedenis

Vanaf ongeveer 1000 v. Chr. tot ongeveer het jaar 100 werd het gebied dat nu Israël is grotendeels bevolkt door Joden (het volk Israël). Ze hadden hun eigen godsdienst die ze nu nog hebben. Ze geloofden in één God terwijl de meeste andere volkeren in die tijd in meerdere goden geloofden. Hun hoofdstad was Jeruzalem en hun heiligste plek was de Tempel daar. De Joden waren een apart volk met een eigen identiteit, een eigen taal, geloof, cultuur en geschiedenis.

kaart-2-vk-israel-buurlanden-900vc.png
2
Vragen

1. Deze kaart toont het verenigd koninkrijk Israël en buurlanden rond 900 v.Chr., bijna 3000 jaar geleden. Welke soorten geschreven en ongeschreven bronnen kunnen historici gebruiken om dit tijdperk te onderzoeken? Noem drie voorbeelden.

2. In die tijd was het een revolutionaire gedachte dat er één God zou zijn en niet veel goden. Het geloof in één God heet ‘monotheïsme’. Ook het Christendom en de Islam zijn monotheïstische godsdiensten. Wanneer ontstonden (ongeveer) het Jodendom, het Christendom en de Islam?

Verschillende grote rijken veroverden dit gebied door de eeuwen heen en onderwierpen de bevolking, zoals de Assyriërs (900-700 v.Chr.) en de Babyloniërs (± 600 v.Chr.). Onder de Assyriërs werd het noordelijke Joodse koninkrijk Israël vernietigd en vanaf 740 v.Chr. bleef er alleen een klein Joods koninkrijk over, Judea genaamd, met Jeruzalem als hoofdstad.

hometerug

2.De Romeinen

Rond het jaar 60 v.Chr. veroverden de Romeinen het gebied. Ze eisten van de bevolking dat ze de Romeinse Keizer als een god zouden vereren. De Joden accepteerden dat niet en kwamen een aantal keer in opstand. Zij wilden hun eigen geloof houden. De Romeinen waren sterker en overwonnen.

kaart-3-romeins-rijk-117.png
3

Een groot deel van de Joodse bevolking werd vermoord, of tot slaaf gemaakt. De rest vluchtte of werd verdreven uit het land. De Romeinen verwoestten de Joodse Tempel in Jeruzalem en gaven het gebied de naam Palestina opdat de Joodse naam van de staat, Judea, voor altijd uitgewist zou worden.

hometerug

3.De diaspora

Toen de Romeinen de overgebleven Joden wegstuurden uit Judea, kwamen ze in allerlei andere gebieden terecht. Ze vonden hun weg naar allerlei delen van Europa, Noord-Afrika, en verder in het Midden-Oosten en in Centraal-Azië. Er bestonden al voor deze tijd een aantal Joodse gemeenschappen buiten Judea, bijvoorbeeld in Alexandrië (Egypte) en in Babylon, het gebied wat nu Irak is. Een relatief klein aantal Joden is niet in ballingschap gegaan maar bleef in het noorden van Israël wonen, maar de meerderheid van de Joden leefde vanaf de verwoesting van de tempel in ballingschap, in de diaspora.

kaart-4-joodse-diaspora.png
4

Overal waar ze terecht kwamen bleven de Joden hun godsdienst volgen. Ze bleven Jeruzalem zien als hun heilige stad en hoopten daar ooit terug te kunnen keren en daar een nieuwe Tempel op te bouwen.

Vragen

1. Wat betekent het woord ‘diaspora’?

2. Wat is ballingschap?

3. Welke stad is heilig voor de Joden en waarom?

hometerug

4.Overal een minderheid

Overal waar ze woonden waren de Joden nu een minderheid. Vaak werden ze gediscrimineerd in het land waar ze nu leefden. Joden moesten bijvoorbeeld in verschillende landen hogere belastingen betalen, ze mochten niet overal wonen, ze werden vaak aangevallen en vernederd, ze mochten bepaalde beroepen niet uitoefenen en allerlei opleidingen niet volgen. Ook mochten ze vaak geen eigen grond bezitten. In sommige landen waren er periodes waarin de Joodse gemeenschappen opbloeiden, zoals in Spanje onder de Moren, in Polen tijdens de middeleeuwen en in Nederland tijdens de Gouden Eeuw. Maar er waren ook veel landen en periodes waarin de Joden vermoord werden of verdreven uit hun woonplaatsen. Antisemitisme is een ander woord voor jodenhaat.

Vragen

1. Wat is antisemitisme?

2. Wat is een minderheid?

3. De Joden waren nu overal een minderheid. Leg uit hoe dat is gekomen.

4. Waarom worden minderheden vaak gediscrimineerd door meerderheden? Geef tenminste twee redenen.

5. In de diaspora moesten Joden vaak in ghetto’s wonen. Wat zijn ghetto’s?

6. Welke andere voorbeelden van discriminatie tegen minderheden ken je van vroeger of van nu? Geef vijf voorbeelden.

hometerug

C.De Arabieren

hometerug

1.Oorsprong

De Arabieren kwamen oorspronkelijk uit het gebied wat nu Saoedi-Arabië heet. In de 7e eeuw ontstond de islam daar, onder de profeet Mohammed. De taal die daar gesproken werd was Arabisch en de Koran, het heilige boek van de islam, is in het Arabisch geschreven.

Vragen

1. Waar en wanneer is Mohammed geboren?

2. Waar liggen Mekka en Medina en waarom zijn deze plaatsen heilig in de islam?

hometerug

2.De Verspreiding van de Islam

Onder Mohammed en zijn opvolgers verspreidde de islam zich snel. Heel Noord-Afrika en het Midden-Oosten werden veroverd en de bevolking werd grotendeels bekeerd, inclusief veel christenen die daar woonden. Het gebied Palestina met de stad Jeruzalem werd veroverd door de kalief Omar in het jaar 636. In veel van deze veroverde gebieden werd het Arabisch de belangrijkste taal. Er ontstond een bloeiende Arabische cultuur (literatuur, kunst, wetenschap en filosofie). De gedeelde taal, geloof en cultuur zorgden ervoor dat de bevolking van deze gebieden een gedeelde Arabische identiteit ontwikkelde, die ze nu nog heeft.

kaart-5-vroege-expansie-islam.png
5
Vragen

1. Wat betekent het woord kalief en wat is een kalifaat?

2. Kijk terug naar je lijst van landen die lid zijn van de Arabische Liga, (zie deze vraag 2). Noem drie redenen waarom de bevolking uit deze landen een gedeelde identiteit heeft. Noem ook drie factoren die deze bevolkingen niet met elkaar delen.

3. De islamitische wereld is veel groter dan alleen de Arabische landen. Noem zes islamitische landen die Arabisch niet als voertaal hebben en waar de bevolking zich niet als Arabisch identificeert.

hometerug

3.Strijd om het Heilige Land

In de Middeleeuwen waren er verschillende veldtochten vanuit West-Europa om de islam te verdrijven uit de christelijke heilige plaatsen, met name Jeruzalem. Deze veldtochten kregen later de naam ‘kruistochten’. Er vonden veel veldslagen plaats tussen christenen en moslims in het Heilige Land. Een aantal gebieden kwam in handen van de christenen, maar na een paar honderd jaar was heel Palestina weer in handen van moslims.

Vragen

1. Waarom heten de kruistochten zo en in welke periode (jaartal) vonden ze plaats?

2. Waarom was juist Jeruzalem belangrijk voor de kruisvaarders?

hometerug

4.Het Ottomaanse Rijk

Aan het eind van de Middeleeuwen, na veel oorlogen en kruistochten, waren de Turken de heersers over het Arabisch gebied, inclusief het gebied Palestina. Hun rijk heette het Ottomaanse of Osmaanse Rijk.

kaart-6-ottomaans-rijk.png
6

Het Ottomaanse Rijk ontstond rond 1300 en bleef bestaan tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het rijk werd geregeerd door de Turken, maar er woonden allerlei volkeren waaronder Arabieren, Joden, Koerden, Armeniërs, Grieken, Bulgaren en andere Slavische volken uit de Balkan. Palestina was een vrij slaperige uithoek in het Ottomaanse Rijk. Zowel joden als moslims, evenals een aantal christelijke gemeenschappen, woonden toen in Palestina. In 1914, tegen het einde van de Ottomaanse Rijk, woonden er ongeveer 80.000 Joden, 80.000 christenen, en 600.000 moslims. Jeruzalem was toen een kleine stad met naar schatting zo’n 40.000 inwoners.

Vragen

1. Heeft het voordelen voor een groot rijk, zoals het Ottomaanse Rijk, om bewoond te worden door een groot aantal verschillende groepen? Noem twee voordelen en twee risicofactoren voor een groot multicultureel rijk.

2. Een land of rijk kan multicultureel worden door andere gebieden met andere volkeren te veroveren, met geweld, maar dit is niet de enige manier. Op welke andere manieren kan een land of rijk multicultureel worden?

3. We hebben het vaak over ‘identiteit’, bijvoorbeeld de Joodse ‘identiteit’, of de Arabische ‘identiteit’. Waaruit bestaat iemands identiteit?
Noem vijf factoren naast ‘geloof’ die een belangrijke rol spelen bij het vormen van een identiteit.

+Vraag

4. De Arabische landen van Noord-Afrika zoals Tunesië, Libië, Algerije en Egypte maakten heel lang ook deel uit van het Ottomaanse Rijk, maar tegen het einde van de 19e eeuw vielen ze onder de invloed van Westerse landen zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië. Later vochten ze voor hun onafhankelijkheid. Welke Europese landen hadden vroeger veel macht of invloed in de volgende Noord-Afrikaanse landen?

Europese landen met invloed (vroeger)
Egypte
Tunesië
Marokko
Algarije
Libië

Deel II
hometerug

De bronnen van het conflict

hometerug

A.Nationalisme

In de 19e eeuw kregen allerlei volkeren overal ter wereld het idee dat ze hun eigen staat moesten hebben, en niet geregeerd moesten worden door een ander volk.

Vragen

Sommige mensen zijn van mening dat het beter is wanneer een land door één volk bewoond (en bestuurd) wordt.

1. Welke voordelen zouden ze daarin zien? Bedenk er twee.

2. Bedenk ook twee nadelen van deze opvatting.

hometerug

1.Joods nationalisme

Sinds de Romeinse tijd woonden de Joden verspreid over heel veel landen. Omdat ze zo vaak gediscrimineerd werden leek hen nu ook het idee van een eigen land aantrekkelijk. Daar zouden ze hun eigen regering hebben en in vrijheid kunnen leven. Er ontstond een beweging om dat te realiseren in het gebied waar de Joden oorspronkelijk vandaan kwamen. Deze beweging heette het zionisme, naar het woord Zion, dat een Joodse benaming is voor het land Israël. De grondlegger van het zionisme was Theodor Herzl (1860-1904). Niet alle Joden waren zionisten, er waren ook bewegingen die wilden vechten voor gelijke (burger-)rechten voor Joden in het land waar ze woonden en er waren ook Joden die wilden emigreren naar Amerika, naar ‘de Nieuwe Wereld’.

hometerug

2.Arabisch nationalisme

Aan de Arabische kant ontstonden ook nationalistische bewegingen. Van Noord-Afrika tot het Midden-Oosten vonden verschillende groepen dat de Arabieren hun eigen landen moesten regeren en niet meer onder de Turken of de Engelsen of de Fransen moesten leven. De Arabieren vonden dat deze landen geen macht meer mochten hebben in het gebied maar dat zij zelf de macht in het Arabische gebied moesten krijgen. Ze vonden dat Palestina daarbij hoorde omdat de meerderheid van de bevolking daar toen ook Arabisch was.

hometerug

3.Nationalisme of kolonialisme?

De zionisten beschouwden Palestina als het land van hun voorouders, waarnaar ze terug wilden keren. Ze voelden zich vaak zeer onwelkom en ongewenst in de landen waar ze woonden, vooral in Rusland en Oost-Europa. De Arabieren zagen deze nieuwkomers als kolonisten, omdat ze uit Europa kwamen en voor de Arabieren was dat hun moederland. Ze voelden zich bedreigd door de zionisten, die veel land opkochten. Het was vaak land waar Arabische landarbeiders woonden, maar het land was in de meeste gevallen het eigendom van grootgrondbezitters die vaak ver weg woonden in de grote steden zoals Caïro, Beiroet, Damascus en Istanbul.

Vragen

1. Wat is nationalisme?

2. Wat is kolonialisme?

3. Wat is zionisme?

4. Waarom denk je dat zionisme is ontstaan?

5. Noem twee argumenten om het zionisme wel als een koloniale onderneming te zien en twee argumenten waarom het zionisme geen koloniale onderneming zou zijn.

hometerug

B.Tegenstrijdige beloftes

Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de Britse regering in Londen een thuisland in Palestina beloofd aan de Joden. Dit was het Balfour-plan (1917).

Tegelijkertijd hadden de Britten ook een belofte gedaan aan de Sherif van Mekka. Deze Arabische heerser hielp de Britten in hun strijd tegen de Turken tijdens de Eerste Wereldoorlog. Als beloning voor zijn hulp beloofden de Britten dat hij en zijn zonen koningen zouden worden in alle Arabische gebieden die zij op de Turken zouden veroveren.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog besloten Frankrijk en Groot-Brittannië om na de oorlog een groot gebied van het Midden-Oosten onder elkaar te verdelen in twee ‘invloedssferen’: de Franse en de Britse. Deze afspraak heet het Sykes-Picotplan (zie kaart 7).

brit.png
hometerug

C.Einde van het Ottomaanse Rijk

In de Eerste Wereldoorlog vocht het Ottomaanse Rijk aan de kant van Duitsland en Oostenrijk, de verliezende kant. Na de Eerste Wereldoorlog hield het Ottomaanse Rijk op te bestaan en alle Arabische provincies van het voormalige Ottomaanse Rijk kwamen onder Frans of Brits bestuur, omdat die twee landen samen met Amerika de belangrijkste overwinnaars waren na de Eerste Wereldoorlog.

Frankrijk en Groot-Brittannië verdeelden het hele gebied onderling in twee ‘invloedssferen’. De nieuw opgerichte Volkenbond (voorloper van de VN) gaf Frankrijk en Groot-Brittannië het ‘mandaat’ om hun gebieden te besturen.

De provincie Palestina viel nu onder Brits bestuur. Er woonden toen Joden en Arabieren in dat gebied. Volgens een Britse volkstelling van 1922 woonden er toen 84.000 Joden, 71.000 christenen en 590.000 moslims in Palestina.

Het hele gebied werd nu verdeeld tussen Frankrijk en Groot-Brittannië.

kaart-7-mandaatgebieden-na-wo-i.png
7
Vragen

1. Welke tegenstrijdige beloftes werden door de Britten gedaan?

2. Waarom denk je dat ze dit hebben gedaan?

3. Hoe kwam het dat Groot-Brittannië en Frankrijk dit grote gebied onderling konden verdelen?

4. Wat is de betekenis van het woord ‘mandaat’?

5. Van wie kregen Groot-Brittannië en Frankrijk het ‘mandaat’ om deze gebieden te besturen?

+Vraag

6. Frankrijk heeft haar mandaatgebied in twee landen verdeeld: Libanon en Syrië. Zoek de reden op voor deze verdeling.

hometerug

D.Eerste verdeling van Palestina (1920-1922)

Toen Groot-Brittannië het gebied Palestina kreeg om te besturen, verdeelde het dat in tweeën. Het oostelijke deel van Palestina noemden ze Transjordanië, wat betekent ‘de overkant’ van de rivier de Jordaan. Ze gaven het aan een van de zoons van de sherif van Mekka als beloning voor zijn steun. Een andere zoon kreeg Irak. Ongeveer 30 jaar later is de naam Transjordanië veranderd in Jordanië.

In 1922 kreeg Groot-Brittannië de opdracht van de Volkenbond om een thuisland voor de Joden in Palestina op te zetten. Dit deden ze in het westelijk deel van het mandaatgebied dat de naam ‘Palestina’ hield. Ze gaven Joodse immigranten alleen toestemming om zich ten westen van de rivier de Jordaan te vestigen, en niet in Transjordanië (zie kaart 8).

kaart-8-verdeling-brits-mandaatgebied.png
8
Vragen

1. Hoe verdeelden de Britten hun mandaatgebied? Maak een schets met aantekeningen om aan te geven wat er gebeurd is met de verschillende delen.

2. Welk deel zou een thuisland voor de Joden moeten worden volgens de Volkenbond?

3. Wat was de Volkenbond en van wanneer tot wanneer bestond die?

+Vraag

4. Waarom is de naam van het land Transjordanië veranderd in Jordanië en in welk jaar gebeurde dat?

hometerug

E.Joodse immigratie

Vanaf ongeveer 1880-1924 kwamen er vooral Joden uit Rusland naar Palestina vanwege de ernstige discriminatie daar (pogroms). Vanaf 1924-’29 kwamen er ook Joden uit Midden-Europa, vooral uit Polen en Hongarije, waar het antisemitisme sterk groeide. Vanaf 1925 waren het vooral Duitse en Oostenrijkse Joden die vluchtten voor de steeds groter wordende antisemitische nazi-partij die vanaf 1933 de regering vormde in Duitsland en later ook in Oostenrijk. Ook in de Arabische landen nam het antisemitisme toe in deze tijd.

De Joodse immigranten bouwden dorpen, boerderijen, kibboetsen, fabrieken en steden in Palestina. Ook richtten ze universiteiten, musea en andere culturele instellingen op, zoals concertzalen, orkesten, bioscopen en theaters. Sommige Arabieren zagen de positieve kant van deze economische en culturele ontwikkelingen, maar de meerderheid van de Arabieren in Palestina en daarbuiten vonden dat er te veel Joden immigreerden naar het gebied en ze protesteerden bij de Britten tegen de Joodse immigratie.

Vragen

1. Wat is een pogrom?

2. Wat is een kibboets?

hometerug

F.Arabieren protesteren

Het verzet van de Arabisch bevolking tegen de toenemende Joodse immigratie groeide sterk aan het einde van de jaren 20 van de vorige eeuw. De Arabieren waren bang dat de Joden de meerderheid zouden gaan vormen in Palestina en ze vonden dat Groot-Brittannië de Joden bevoordeelde. Contacten tussen de Joden en Arabieren waren moeizaam, ondanks een aantal pogingen van beide kanten. Ook Groot-Brittannië probeerde samenwerking op gang te krijgen, maar met weinig succes. De Joodse bevolking had een gekozen bestuur met gekozen leiders. De Arabische bevolking had dat niet en werd vertegenwoordigd op de traditionele wijze door islamitische leiders en grootgrondbezitters.

Vragen

1. Vind je de Joodse vluchtelingen van toen vergelijkbaar met vluchtelingen die nu naar Europa willen komen?

2. Wat zijn volgens jou de overeenkomsten en wat zijn de verschillen?

hometerug

G.Voorstel tot verdere verdeling (1937)

De Britten probeerden het probleem van het steeds maar toenemende geweld op te lossen door Palestina verder op te splitsen in een Joods deel en een Arabisch deel. Dit voorstel heette het Peel-plan.

kaart-9-peel-plan-1937.png
9
Vragen

1. Kijk naar kaart 9. Waarom denk je dat de Britten het gebied tussen Jaffa en Jeruzalem neutraal wilden houden?

2. Wat vind jij nu van dit plan? Was het toen een verstandig idee? Bedenk minstens één argument voor en één argument tegen dit voorstel.

hometerug

H.Peel-Plan verworpen, meer onrust

Leiders aan de Joodse kant accepteerden het Peel-plan maar de Arabische leiders wezen het af, behalve de koning van Transjordanië. De Arabische leiders dreigden met nog meer geweld en opstanden als er steeds meer Joden in het gebied zouden mogen komen, zelfs nadat de Britten het aantal Joodse immigranten beperkten tot zo’n 15.000 per jaar.

Tegelijkertijd groeide het antisemitisme in Europa en de Jodenvervolging door de nazi’s werd steeds erger. Dit veroorzaakte een vluchtelingenstroom van Joden uit Europa die vaak niet werden toegelaten in andere landen.

Vragen

1. Waarom denk je dat de Arabische leiders het Peel-plan niet accepteerden?

2. Waarom denk je dat de meerderheid van Joden het Peel-plan wel accepteerden?

3. De Joden waren toen in Europa in levensgevaar. Denk jij dat landen altijd moeten helpen wanneer een bevolkingsgroep elders bedreigd wordt? Wanneer wel of niet en waarom?

hometerug

I.Joodse immigratie stopgezet

In die tijd hadden de Britten hun leger nodig in Europa, want de Tweede Wereldoorlog stond op uitbreken. Ze konden dus weinig politie en soldaten naar Palestina sturen om het geweld van de Arabieren te bestrijden. Daarom gaven ze grotendeels toe aan de Arabische eisen om verdere Joodse immigratie stop te zetten. Zo hoopten ze een einde te maken aan de Arabische opstand.

hometerug

J.Tweede Wereldoorlog

De Joden konden dus het gevaar van de nazi’s niet ontvluchten door naar Palestina te gaan en zaten in de val in Europa. Ze werden in grote aantallen vermoord door nazi-Duitsland. Dit heet de Holocaust.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunden de meeste Joden die in Palestina woonden het Britse leger. Sommigen vochten ook mee. Ze waren erg bezorgd dat de Britten geen Joodse vluchtelingen meer toelieten, maar ze beseften het belang van de strijd tegen nazi-Duitsland.

Daarentegen was de voornaamste Palestijnse leider een enthousiaste bondgenoot van de nazi’s. Dit was Haj Amin el-Hoesseini, de grootmoefti van Jeruzalem (islamitische geestelijke leider). Hij hoopte dat nazi-Duitsland Palestina zou veroveren en de Joden vernietigen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk hoeveel Joden er vermoord waren in Europa. Veel van de overlevenden waren vluchtelingen en zaten in vluchtelingenkampen verspreid over Europa, (de DP-camps). Velen van hen wilden een nieuw leven opbouwen in Palestina. Groot-Brittannië kon na de oorlog geen oplossing vinden voor het probleem en besloot het bestuur van Palestina over te dragen aan de nieuw opgerichte Verenigde Naties (VN). Zij zouden gezamenlijk een oplossing moeten formuleren.

Volgens een volkstelling uit 1947 waren er toen 1.1 miljoen moslims, 140.000 christenen en 630.000 Joden in Palestina.

Vraag

Palestina was door de Volkenbond aangewezen als thuisland voor de Joden. Waarom konden ze daar niet naar toe vluchten toen de nazi’s een groot deel van Europa veroverden?
Welke rol speelden (a) Groot-Brittannië, (b) de Arabische leiders en (c) ontwikkelingen in Europa daarin?

hometerug

K.Voorstel van de Verenigde Naties tot verdere verdeling (1947)

Na de Tweede Wereldoorlog stelden de Verenigde Naties (VN) voor om Palestina in een Joods en een Arabisch stuk te verdelen. De Arabieren verwierpen het voorstel; de Joden accepteerden het voorstel wel.

kaart-10-voorstel-vn-1947.png
10

Toen de Britten uit Palestina vertrokken, riep de eerste premier van Israël, David Ben-Goerion de onafhankelijke Joodse staat Israël uit, binnen de grenzen zoals de VN hadden voorgesteld. Vanaf die tijd hebben we het over de staat Israël als we over dit gebied praten.

Vragen

1. Wat is de VN?

2. Waarom waren de reacties van de Joden en de Arabieren op het VN-verdelingsplan zo verschillend?

Deel III
hometerug

70 jaar Israël: conflicten en ontwikkelingen

hometerug

A.De Arabisch-Israëlische oorlog van ‘48-’49 en de Groene Lijn

De dag na het uitroepen van de staat Israël (14 mei 1948) brak er een oorlog uit toen de Arabische buurlanden Israël aanvielen. Aan de Arabische kant vochten zowel de Arabieren die in Palestina woonden, als de legers uit de Arabische buurlanden (Syrië, Irak, Egypte en Transjordanië, later ook Libanon). Militaire eenheden uit Saoedi-Arabië en Jemen vochten ook mee, evenals vrijwilligers uit verschillende islamitische landen.

kaart-11-invasie-arabische-legers-1948.png
11
Vraag

Waarom denk je dat al deze Arabische landen zich genoodzaakt voelden om gezamenlijk Israël aan te vallen?

De nieuwe staat Israël vocht terug.

kaart-12-tegenaanval-israel.png
12

Deze oorlog duurde ongeveer een jaar en werd afgesloten met een wapenstilstand. De bestandslijnen van toen vormden de grenzen van Israël en kregen later de naam de Groene Lijn.

Het gebied van Israël was nu groter dan in het oorspronkelijke voorstel van de VN (en ook groter dan in het eerder voorgestelde Peel-plan uit 1937).

De Groene Lijn (de grens) liep midden door de stad Jeruzalem. De Oude Stad, met de heilige plaatsen van jodendom, christendom en islam, werd door Transjordanië veroverd en later geannexeerd.

De Arabische landen accepteerden het bestaan van de staat Israël niet en wilden de staat Israël niet erkennen, er niet mee onderhandelen en er geen vrede mee sluiten (dit staat bekend als de 3 Nee’s).

kaart-13-jeruzalem-oude-stad.png
13
Vragen

1. Wat is een bestandslijn?

2. Wat is de oorspronkelijke betekenis van de Groene Lijn?

3. Wat betekent het om een land wel of niet te erkennen?

+Vraag

4. Wat betekenen de verschillende heilige plaatsen in de oude stad van Jeruzalem voor het jodendom, het christendom en de islam?

hometerug

B.Oorsprong van het Palestijnse vluchtelingenprobleem

Tijdens deze oorlog zijn zo’n 700.000 Arabische inwoners gevlucht of verdreven uit hun land. Deze mensen en hun nazaten (kinderen, kleinkinderen, enzovoort) worden Palestijnse vluchtelingen genoemd. Velen van hen kwamen terecht in vluchtelingenkampen, in verschillende Arabische buurlanden, vooral in Egypte (de Gazastrook), Jordanië, Syrië en Libanon. De vluchtelingenkampen worden onderhouden door de VN. De Palestijnen noemen de gebeurtenissen rondom het ontstaan van de staat Israël ‘Al Nakba’, dat betekent ‘de catastrofe’.

kaart-14-routes-palestijnse-vluchtelingen.png
14

Waar zijn de meeste Palestijnse vluchtelingen terechtgekomen?

Veel Palestijnse vluchtelingen kwamen terecht in de Gazastrook. Dat was een deel van Palestina dat Egypte had veroverd in de oorlog van 1948 en bleef bezetten. De vluchtelingen in de Gazastrook kregen nooit de Egyptische nationaliteit en bleven dus statenloos. Ze mochten niet zomaar in de rest van Egypte wonen of werken.

Een ander deel van de vluchtelingen kwam terecht op de westelijke oever van de Jordaan (Westoever, ook bekend als West Bank), een gebied dat Jordanië had veroverd.
Dit gebied werd geannexeerd door Jordanië en iedereen die daar al woonde, plus alle nieuw gekomen Palestijnse vluchtelingen, kreeg de Jordaanse nationaliteit (paspoort). Daardoor mochten ze overal in Jordanië wonen en werken en waren volledig staatsburger met alle rechten en plichten daarvan. Later veranderde deze situatie.

In Syrië en Libanon kregen de vluchtelingen geen nationaliteit (paspoort). Er werden armoedige dorpen voor ze gebouwd, de vluchtelingenkampen. Ze kregen niet makkelijk vergunningen elders te wonen of werken want ze waren geen staatsburger.

Vragen

1. Hoeveel Palestijnse vluchtelingen waren er aan het einde van de oorlog in 1949?

2. Hoeveel Palestijnse vluchtelingen zijn er nu?

Het verbond van Arabische staten (de Arabische Liga) was tegen het geven van het burgerschap (nationaliteit) aan Palestijnse vluchtelingen in de landen waar ze terechtkwamen. Door deze mensen statenloos te houden wilden ze de herkomst van de Palestijnen niet uit het oog verliezen. Zo kregen de Palestijnen in Libanon geen Libanees burgerschap en mochten zij niet zomaar het vluchtelingenkamp verlaten. Ook in de Gazastrook kregen de inwoners niet de Egyptische nationaliteit. In (Trans)Jordanië (en dus ook de Westoever) echter wel, daar vormden de Palestijnen de helft van de bevolking.

Israël liet de vluchtelingen niet terugkeren, omdat het een Joodse meerderheid wilde houden en uit angst dat de vluchtelingen geen loyale burgers zouden worden. Bovendien had Israël de zorg voor de vele Joodse vluchtelingen die uit Europa en de Arabische landen kwamen.

Vragen

1. Waarom wilden de meeste Arabische landen de Palestijnse vluchtelingen niet opnemen en een paspoort (burgerrechten) geven? Noem twee redenen.

2. Waarom liet Israël de vluchtelingen niet terugkeren? Noem twee redenen.

hometerug

C.De eerste jaren van Israël

Israël werd een parlementaire democratie en ondanks grote moeilijkheden ontwikkelde het zich voorspoedig. De bevolking groeide, de economie trok uiteindelijk aan en het land werd ook militair sterk.

hometerug

1.Joodse immigratie

De staat Israël stond open voor Joodse immigratie. Er kwamen Joden uit allerlei landen. Veel Joden kwamen uit Arabische landen waar delen van het Joodse volk al honderden en soms duizenden jaren hadden gewoond, maar waar hun het leven na het ontstaan van Israël heel moeilijk werd gemaakt door de Arabische regeringen. Ze werden vaak verdreven uit deze landen en verloren hun huizen, bedrijven en bezit.

Er kwamen in deze eerste jaren ongeveer 700.000 Joden naar Israël uit de Arabische landen, dat is ongeveer evenveel als het aantal Palestijnen dat gevlucht was uit Israël en dat nu in de vluchtelingenkampen zat.

Discussie

Sommigen mensen vinden dat de 700.000 Palestijnse vluchtelingen die in de vluchtelingenkampen terechtgekomen waren de plaats hadden kunnen innemen (in de Arabische landen) van de 700.000 Joden die vanuit deze Arabische landen naar Israël emigreerden.

Wat vind jij hiervan?

hometerug

2.Oorlog met Egypte 1956

In 1956 brak er een oorlog uit tussen Egypte aan de ene kant en Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië aan de andere kant. Deze oorlog heet ook wel de Suezcrisis. Het Egyptische leger werd binnen een week verslagen. Israël veroverde een groot gebied in Egypte, (de Sinaïwoestijn tot aan het Suezkanaal), maar moest zich na de oorlog terugtrekken achter de oude grens (de Groene Lijn) onder druk van de VN.

hometerug

D.De PLO (Palestine Liberation Organization)

In 1964 stichtten de Palestijnen de PLO, om Palestina te bevrijden en te vechten voor de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naar Israël. De hoofdwens van de Palestijnen is om een land Palestina te hebben waar ze kunnen wonen en in het bijzonder om terug te kunnen keren naar hun oude huizen, dorpen en steden.

De PLO werd de belangrijkste vertegenwoordiger van de Palestijnen, onder het leiderschap van Jasser Arafat. De Palestijnse vluchtelingen werden nu niet alleen wereldwijd als een humanitair probleem gezien, maar ook als een politiek probleem. Ze waren toen al meer dan 15 jaar statenloos en heel arm, zonder toekomst-perspectief.

Vragen

1. Wie is nu de leider van de PLO?

2. In welk opzicht vormen de Palestijnse vluchtelingen een humanitair probleem?

3. In welk opzicht vormen de Palestijnse vluchtelingen een politiek probleem?

4. Welke andere voorbeelden van vluchtelingen ken je (nu of in het verleden) die zowel een politiek als een humanitair probleem vorm(d)en?

hometerug

E.Arabieren in Israël

De Arabieren die in Israël zijn gebleven in 1948 werden Israëlische staatsburgers en vormen tegenwoordig zo’n 20% van de Israëlische bevolking.

huidige-bevolkingsgroepen-in-israel.png

Israël heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een sterke economie met een prominente technologiesector, goede medische zorg en onderwijs voor iedereen, een parlementaire democratie en westerse normen en waarden.

De Arabische bevolking van Israël maakt deel uit van al deze ontwikkelingen. Opleidingen staan open voor Arabieren en er zijn veel Arabische doktoren, academici, kunstenaars, kamerleden, advocaten, rechters, journalisten, etc. Er zijn ook Arabische partijen in het Israëlische parlement (de Knesset) die speciaal de belangen van de Arabische bevolking behartigen. Toch is er ook sprake van discriminatie and achterstelling. Arabische Israëliërs gaan vaak niet in het leger en hebben moeite om werk te vinden in functies waar de staatsveiligheid een rol speelt. Gemiddeld zijn de Arabische Israëliërs armer en minder hoog opgeleid dan de Joodse Israëliërs.

hometerug

F.De Zesdaagse Oorlog (1967)

In 1967 brak er weer oorlog uit tussen Israël en zijn buurlanden (Egypte, Syrië en Jordanië, met steun van Irak en Libanon). Israël veroverde grote stukken land en na zes dagen werd onder druk van de VN een wapenstilstand gesloten. Israël hield deze veroverde gebieden vooralsnog bezet en begon daar nederzettingen te bouwen. De Israëlische regering hoopte deze gebieden later te kunnen ruilen voor vrede met de buurlanden. Veel Israëliërs waren verheugd dat een aantal belangrijke bijbelse plaatsen weer in Joodse handen waren, in het bijzonder de Westmuur in de oude stad van Jeruzalem.

kaart-15-zesdaagse-oorlog.png
15
hometerug

G.Opnieuw oorlog (1973)

In 1973 brak er weer een oorlog uit. Legers uit Egypte en Syrië vielen Israël aan. Na een moeilijke strijd wist Israël te winnen, mede door Amerikaanse wapenleveranties. Deze oorlog eiste veel slachtoffers aan beide kanten.

Vraag

Deze oorlog heet de Jom Kipoeroorlog.

Wat is Jom Kipoer? Waarom kozen de Arabische landen deze dag om aan te vallen?

Gedurende het hele bestaan van Israël zijn er talloze gewelddadige incidenten geweest. Er zijn twee oorlogen in Libanon geweest, twee intifada’s, drie oorlogen in Gaza en veel gewapende aanvallen. Deze oorlogen en opstanden hebben allemaal te maken met het feit dat het conflict tussen Israël en de Palestijnen niet opgelost was.

hometerug

H.Vredesakkoord tussen Egypte en Israël

Na de Jom Kipoeroorlog begonnen de relaties tussen Israël en een paar van haar buurlanden geleidelijk te veranderen. In 1977 kwam de Egyptische president Anwar Sadat naar Jeruzalem, de hoofdstad van Israël. In 1979 sloten Israël en Egypte een vredesakkoord.

In het vredesakkoord met Egypte gaf Israël in ruil voor vrede de Sinaï terug, een groot gebied dat Israël had veroverd. De Gazastrook, met alle Palestijnse vluchtelingen die daar woonden, wilde Egypte niet terugnemen. Egypte vond dat het aan de PLO was om te onderhandelen over de toekomst van de Palestijnen.

Vragen

1. Wat denk je dat de voordelen waren voor Israël en voor Egypte om vrede te sluiten?

2. Waarom denk je dat Egypte de Sinaï wel terug wilde hebben, maar de Gazastrook niet?

hometerug

I.Vredesakkoord tussen Jordanië en Israël

In 1994 sloot Jordanië een vredesakkoord met Israël. Jordanië had al 6 jaar eerder (in 1988) verklaard dat het de Westoever niet meer terug wilde claimen van Israël. Jordanië vond dat de Westoever en de Gazastrook samen een onafhankelijke staat voor de Palestijnen moesten worden. Hoe zo’n staat er uit zou moeten zien was het onderwerp van vele onderhandelingen tussen Israël en de PLO.

Vragen

1. Wie was toen de koning van Jordanië en wie is dat nu?

2. Wat zou de motivatie geweest kunnen zijn van Jordanië om vrede te sluiten met Israël?

hometerug

J.De PLO en de Oslo-akkoorden

Gedurende vele jaren voerde de PLO terreuraanvallen uit tegen de staat Israël en ook tegen Joodse doelwitten over de hele wereld. Israël vocht terug, met het leger en soms de geheime dienst.

Israël en de PLO wilden gedurende vele jaren niet met elkaar onderhandelen. De PLO hield lang vast aan de drie Nee’s: (geen erkenning, geen onderhandelingen en geen vrede met Israël). Israël weigerde heel lang de Palestijnen als een apart volk te erkennen en zag ze als Arabieren die opgenomen zouden moeten worden in de Arabische landen waar ze naartoe gevlucht waren.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw lukte het de internationale gemeenschap en in het bijzonder Noorwegen om Israël en de PLO toch te laten onderhandelen. Ze kwamen tot een principeakkoord dat men de Oslo-akkoorden noemt.

In dit akkoord kwamen de partijen overeen dat er twee staten zouden komen: Israël en Palestina. Over dit principe waren ze het eens geworden. Er bleven ook vele moeilijke punten niet geregeld, zoals de precieze grenzen, en de status van Jeruzalem. Afgesproken was om deze punten binnen vijf jaar te regelen. Dat is nu, meer dan twintig jaar later, nog steeds niet gelukt.

Vragen

1. Welke partijen sloten de Oslo-akkoorden?

2. Wat kwamen beide partijen overeen in deze akkoorden?

3. De laatste stappen van de Oslo-akkoorden bleken heel moeilijk. Ze zijn nog steeds niet uitgevoerd. Noem drie belangrijke twistpunten waar nog geen overeenstemming over is.

hometerug

K.Blokkades om vrede te sluiten

hometerug

1.Politieke moord en extremisme

Zowel aan de Arabische als aan de Israëlische kant zijn er groepen die geen compromis willen sluiten.

President Sadat vermoord

In 1981 is president Anwar Sadat van Egypte, die eerder vrede met Israël had gesloten, vermoord. Een groep Egyptenaren die tegen het vredesakkoord met Israël waren stond achter de moord. Ze waren gelieerd aan de Moslim Broederschap.

Premier Rabin vermoord

In 1994 is de Israëlische premier Yitzhak Rabin, die de Oslo-akkoorden met de PLO had getekend, vermoord door een Joodse Israëliër die een tegenstander was van deze akkoorden.

Zo zijn er twee belangrijke leiders (een Israëlisch en een Arabisch) vermoord omdat ze stappen maakten in de richting van vrede. In beide gevallen werd de moord gepleegd door extremisten uit hun eigen bevolking.

Vraag

Deze twee politieke moorden zijn door extremisten gepleegd. Wat voor extremisten waren dat? Wat wilden ze bereiken?

hometerug

2.Hamas

In 2005 trok Israël zich terug uit de Gazastrook en liet die aan de Palestijnse Autoriteit (PA) over. Twee jaar later nam Hamas daar de macht over. Sindsdien bestuurt de PA alleen een aantal Palestijnse gebieden in de Westoever. De PLO verenigt verschillende Palestijnse politieke groepen. De dominante groep in de PLO heet Fatah.

Hamas is een andere Palestijnse politieke partij en is geen lid van de PLO. Voordat het aan de macht kwam, hielp Hamas de bevolking van de Gazastrook met onderwijs en liefdadigheid, waardoor het een populaire partij werd. Hamas is een afkorting voor Islamitische Verzetsbeweging in het Arabisch.

Aanhangers en leiding van Hamas willen geen vrede met de staat Israël en willen niet accepteren dat Israël permanent mag blijven bestaan. Hamas probeert zoveel mogelijk wapens in te voeren om de gewapende strijd tegen Israël te kunnen blijven voeren. Daarom probeert Israël (en Egypte) zoveel mogelijk alles en iedereen die de Gazastrook in en uit wil te controleren. De bevolking van de Gazastrook blijft heel arm en heeft geen uitzicht op economische vooruitgang. De grootste stad heet Gaza. Mensen zeggen vaak Gaza wanneer ze de hele Gazastrook bedoelen, dat doen we ook in dit katern.

Vragen

1. Hoeveel mensen wonen er in de Gazastrook?

2. Hoe groot is de Gazastrook?

3. Zoek op waar Hamas en Fatah voor staan en noem drie verschillen.

hometerug

3.Nederzettingen

Na de Oslo-akkoorden heeft de PA de macht gekregen over delen van de Westoever, maar het Israëlische leger is daar nog sterk aanwezig en er wonen veel Israëliërs in nederzettingen in de Westoever. Een deel van deze mensen vindt dat de hele Westoever, inclusief de nederzettingen waar ze wonen, onderdeel moet blijven van de staat Israël. Sommigen vinden dat ze de historische Joodse plaatsen uit de bijbelse tijd niet mogen opgeven, volgens hun geloof. Anderen zouden wel bereid zijn grote delen van de Westoever, inclusief hun huis, op te geven bij een definitief vredesakoord met de Palestijnen en de Arabische landen.

Het leven van de Palestijnen in de Westoever wordt hen moeilijk gemaakt door allerlei regels en beperkingen, opgelegd door het Israëlische leger. Het leger zegt dat deze regels en beperkingen, zoals de afscheidingsmuur en alle controleposten, nodig zijn voor de veiligheid, om terroristische aanvallen en geweld te voorkomen. De Palestijnen zeggen dat het gedrag van Israël in de Westoever de bevolking alleen maar stimuleert tot gewapend verzet. Bovendien vinden veel mensen dat de voortdurende bouw van nederzettingen op de Westoever een Palestijnse staat blokkeert en ze zien het ook als landroof.

kaart-16-opdeling-westoever.png
16
kaart-17-nederzettingen-checkpoints-westoever.png
17
Vragen

1. Hoeveel Palestijnen en hoeveel Israëliërs wonen er op de Westoever?

2. Als je kijkt op de kaarten 16 en 17, welke problemen kun je je voorstellen dat de Palestijnen op de Westoever ondervinden?

3. Welke argumenten gebruiken sommige religieuze Joden om hun nederzettingen op de Westoever te willen houden?

Naast de extremisten zijn er allerlei mensen aan beide kanten die wél compromissen willen sluiten en op zoek zijn naar vrede.
Hoe zou een werkbaar compromis eruit kunnen zien?
Waar moet je allemaal rekening mee houden?
Daar gaat het in deel IV over.

Deel IV
hometerug

Angsten, wensen en kansen op vrede

hometerug

A.Vijf belangrijke vragen die zowel voor de Israëliërs als voor de Palestijnen gelden:

hometerug

1.Wat willen deze beide partijen? Wat zijn hun doelen?

Vraag

Wat denk jij dat beide partijen willen? Probeer de belangrijkste doelen van beide kanten te beschrijven.

hometerug

2.Waar zijn ze bang voor?

Vraag

Probeer je voor te stellen waar beide partijen het meest bang voor zijn. Wat denk je dat dat is?

hometerug

3.Hoe proberen ze hun doelen te bereiken?

Vraag

Welke methodes gebruiken de partijen om hun doelen te bereiken?

hometerug

4.Wat zou nodig zijn voor een vreedzame en werkbare uitkomst?

Vraag

Bedenk een paar dingen waarvan jij denkt dat ze nodig zijn voor een vreedzame oplossing.

hometerug

5.Hoe zou een vredesakkoord bereikt kunnen worden?

Vraag

Heb je al een idee hierover? Wat zou jouw voorstel zijn?

hometerug

B.Analyses en overzichten

hometerug

1.Beide kanten zijn verdeeld

kaart-18-wensen-angsten.png
18

Kijk naar kaart 18. Het is duidelijk dat de angsten van beide partijen reëel zijn. Die angsten zijn gebaseerd op de standpunten van de extremisten aan de andere kant. Het zijn mogelijke uitkomsten als een van de extremistische partijen zijn plannen zou uitvoeren.

Vraag

Je ziet op kaart 18 wat de verschillende groepen Israëliërs en Palestijnen willen en waar ze bang voor zijn.

Waarop zijn de angsten van beide bevolkingsgroepen gebaseerd?

hometerug

2.Welke strategieën worden gebruikt om eigen doelen te bereiken?

kaart-19-strategieen.png
19
Vragen

Kijk naar schema 19.

1. Zijn de strategieën van beide kanten vergelijkbaar? Wat zijn volgens jou de belangrijkste verschillen en overeenkomsten?

2. Je ziet op schema 19 dat beide partijen ‘lobbyen’. Wat is lobbyen en hoe werkt het?

hometerug

3.Wat zijn de mogelijke uitkomsten van het conflict?

kaart-20-toekomstscenarios.png
20
Vraag

Kijk naar schema 20.

Welke uitkomst vind je het meest waarschijnlijk en waarom?

hometerug

4.Wat moet er in het vredesakkoord staan?

hometerug
a.Vluchtelingen

Er zijn nu veel meer Palestijnse vluchtelingen dan de 700.000 die uit Israël vluchtten in 1948. Hoeveel zijn er nu en waar wonen ze? Een vredesakkoord zou ervoor moeten zorgen dat deze vluchtelingen burgerrechten krijgen zoals verblijfs- en werkvergunningen en een paspoort.

Discussie

Waarom is het vinden van een oplossing voor het vluchtelingenprobleem zo moeilijk?

paspoort.png
hometerug
b.Grenzen en levensvatbaarheid van Palestina

In een vredesakkoord moeten de grenzen vastgelegd worden. De partijen zijn het er niet over eens waar de grenzen moeten liggen. Wat zouden beide partijen kunnen accepteren? Wat zou werkbaar kunnen zijn? Waarmee moet je rekening houden bij het bepalen van de grenzen?

Er zijn nu twee gebieden die samen één staat Palestina zouden kunnen vormen: De Gazastrook en de Westoever. Deze twee gebieden grenzen niet aan elkaar. In de Gazastrook heeft Hamas, een extremistische partij, de macht. Hamas zegt geen compromis te willen sluiten en geen vrede te willen met Israël. Zij willen dat Israël op den duur verdwijnt.

Vragen

1. Hoeveel Palestijnen wonen er in de Gazastrook en hoeveel op de Westoever?

2. Wat is de afstand (ongeveer) tussen deze twee gebieden?

3. Denk je dat het nodig is dat deze twee gebieden met elkaar verbonden worden door een Palestijnse landbrug? Hoe zou dat kunnen, zonder dat Israël dan in twee afzonderlijke gebieden gesplitst wordt?

4. Denk je dat Israël gaat onderhandelen met de Palestijnen zolang Hamas een mogelijke regeringspartner is? Waarom wel of niet?

5. Waarom wordt Hamas door veel landen gezien als een terroristische organisatie?

Als er een vredesakkoord komt moet de vrede ook duurzaam zijn. De vrede moet stand kunnen houden en beide partijen moeten er wat aan hebben. Voor Israël staat veiligheid voorop. Het is voor Israël een groot risico om gebieden op te geven voor een Palestijnse staat als die een paar jaar later de vrede verbreekt. Daarom is het van groot belang dat alle landen in de regio het vredesakkoord ondersteunen.

vredesakkoord.png
Vraag

Waarom is het belangrijk dat een toekomstig vredesakkoord niet alleen door Israël en de Palestijnen geaccepteerd en ondertekend wordt, maar ook door zoveel mogelijk Arabische landen?

hometerug
c.Nederzettingen

Israël heeft sinds 1967 allerlei nederzettingen gebouwd op de Westoever waar nu ongeveer 400.000 Israëliërs wonen. Daarnaast wonen ongeveer 300.000 Israëliërs in Oost-Jeruzalem wat ook in 1967 door Israël veroverd werd. Bij een vredesakkoord willen de Palestijnen geen Israëlische nederzettingen in hun gebied. Dit is een van de punten die aan de orde moeten komen bij onderhandelingen.

hometerug
d.Veiligheid
Israëliërs

Sinds de oprichting van de staat Israël voelt de Israëlische bevolking zich bedreigd. Veel Arabieren hebben nooit willen accepteren dat er een Joodse staat is gekomen in dit gebied. De Joodse ervaringen met antisemitisme in Europa en met de Arabische aanvallen en propaganda tegen Israël hebben er voor gezorgd dat Israëliërs hun veiligheid boven alles stellen. Daarom sluiten ze niet makkelijk compromissen als het gaat om grenzen of militaire aanwezigheid op de Westoever of andere zaken waardoor ze kwetsbaar worden.

Palestijnen

De Palestijnen op de Westoever voelen zich vaak onveilig en vernederd onder het Israëlisch militaire bewind. Ze worden gecontroleerd op de wegen tussen de verschillende dorpen en steden en sommige wegen mogen ze niet gebruiken. Ze kunnen opgepakt worden door Israëlische soldaten en gevangen gehouden worden zonder rechterlijke uitspraak. Veel Palestijnen op de Westoever zijn bezorgd dat Israël de Westoever wil houden en de Palestijnse bevolking daaruit weg wil sturen.

veilig-voelen.png
Vraag

Waarom voelen zowel Israëliërs als Palestijnen zich onveilig en bedreigd?

hometerug

5.Acceptatie en bereidheid tot compromissen

Extremisten aan beide kanten willen geen compromis sluiten. Joodse extremisten vinden dat de Westoever bij Israël hoort en dat Jordanië de staat is voor de Palestijnen. Palestijnse extremisten vinden dat Israël niet zou moeten bestaan en dat er geen thuisland voor Joden moet zijn in het Midden-Oosten. De Palestijnen voelen ook druk van de Arabische en Islamitische wereld om geen concessies te doen en dus is hun onderhandelingspositie moeilijk.

kaart-21-compromissen.png
21
Vraag

Wat stellen de Palestijnen en de Israëliërs als minimumeis voor een vredesakkoord?

hometerug

C.De rol van andere landen

Veel andere landen voelen zich betrokken bij het conflict. Daar zijn verschillende redenen voor:

hometerug

1.Internationale steun aan de Palestijnen

Veel Arabieren en moslims identificeren zich met de Palestijnse kant en krijgen ook steun van sympathisanten uit andere landen. Ze proberen op de volgende manieren invloed uit te oefenen:

a. Door geld te geven aan groepen (extremistische groepen zoals Hamas of gematigde groepen zoals Fatah).

b. Door druk op politici en regeringen om bepaalde concessies niet te doen, zoals wijzigingen aan de grenzen, of over de terugkeer van vluchtelingen.

c. Door internationale organizaties te beïnvloeden zoals VN, EU, NGO’S etc. Zo kunnen ze anti-Israël verklaringen, sancties en boycots voorstellen en ondersteunen.

d. Een aantal landen ziet Israël als een soort koloniale macht die de lokale bevolking onderdrukt. Deze landen stemmen vaak tegen Israël in internationale organisaties, vooral in de VN.

hometerug

2.Internationale steun aan Israël

a. Joden over de hele wereld voelen zich vaak betrokken bij Israël. Ze geven politieke en financiele steun aan partijen en groepen met wie ze eens zijn. Zij zien Israël als een vluchtoord als antisemitisme in hun eigen land te erg wordt.

b. Veel westerse landen zijn bevriend met Israël, maar bekritiseren het bouwen van nederzettingen op de Westoever. Israël is de enige ontwikkelde democratie met westerse normen en waarden in de regio.

c. Veel westerse landen vinden dat het Joodse volk recht op een eigen staat heeft. Daarom stemden de meeste westerse landen voor het stichten van een Joodse staat toen de verdeling van Palestina voorgesteld werd in de VN in 1948. Dat was enkele jaren na de tragedie van de Tweede Wereldoorlog.

d. In de afgelopen 50 jaar is de VS een grote steun geweest voor Israël. De Amerikaanse bevolking identificeert zich met het opbouwen van een nieuw land en er zijn ook christelijke groepen die Israël steunen vanwege hun religieuze overtuiging.

Vraag

Welke soorten steun krijgen Israël en de Palestijnen uit andere landen?

hometerug

D.Hoe bereik je vrede?

hometerug

1.Wederzijds begrip

Beide partijen moeten de standpunten van de ander leren begrijpen. Ze moeten de verschillende standpunten aan beide kanten onder ogen zien.

Vraag

Hoe zorg je ervoor dat mensen verschillende standpunten leren begrijpen?

hometerug

2.Extremisme overwinnen

Aan beide kanten zijn er extremisten die de tegenstander haten en die geen compromis willen. Veel mensen denken dat de enige mogelijkheid om vrede te bereiken ligt bij de gematigden aan beide kanten.

De gematigden aan beide kanten hebben 2 moeilijke taken:
  1. Aan de eigen kant moeten ze de extremisten overtuigen of overwinnen.
  2. Met de andere kant moeten ze een werkbaar compromis overeenkomen.

Geen van beide kanten zal hiermee gelukkig zijn want niemand zal het compromis rechtvaardig vinden maar het is de enige manier om vrede te bereiken.

Vragen

1. Leg uit wat volgens jou een extremist is.

2. Noem twee voorbeelden van groeperingen die volgens jou extremistisch zijn.

3. Hoe denk je dat mensen extremist worden?

4. Is er volgens jou een manier om extremisten meer gematigd te laten worden? Welke manieren kun je bedenken?

5. Wat is de rol die gematigden moeten spelen en wat maakt die rol moeilijk?

hometerug

3.Een werkbaar compromis

hometerug
a.Vertrouwen vergroten door samenwerking

Er heerst nu weinig vertrouwen tussen beide bevolkingen. Er zijn verschillende projecten om door samenwerking vertrouwen op te bouwen, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschap, onderwijsprojecten of culturele projecten zoals dans, theater, film of muziek.

Vragen

1. Wat vind je van het idee om door samen te werken op het gebied van kunst en wetenschap wederzijds vertrouwen op te bouwen?

2. Zoek drie voorbeelden op (op internet of elders) van verschillende samenwerkingsprojecten tussen Israëliërs en Palestijnen.

hometerug
b.Betrouwbare neutrale toezichthouder

Wie kan de vrede bewaken om te zorgen dat er na een terugtrekking van Israëlische militairen geen aanval komt? Zou de VN de vrede kunnen bewaken? Waarschijnlijk vertrouwt Israël dat niet vanwege eerdere slechte ervaringen met de VN, waardoor ze de VN niet als onpartijdig zien.

hometerug
c.Compensatie

Wie zou de compensatie aan alle vluchtelingen moeten betalen voor de huizen, grond, bedrijven en alles wat ze verloren hebben door de verdrijving in 1948? Hoe zou vastgesteld moeten worden hoeveel de compensatie voor vluchtelingen moet zijn? Het kan nooit genoeg zijn om het verdriet en het verlies helemaal te compenseren, maar het is een financiële hulp en ook een symbool van erkenning.

hometerug
d.Vragen over Jeruzalem

1. Hoe kunnen beide kanten gegarandeerd toegang krijgen tot hun heilige plekken in Jeruzalem? Wat is jouw voorstel?

2. Kan de stad Jeruzalem de hoofdstad zijn van zowel Israël als van de nieuwe staat Palestina? Hoe zou dat kunnen werken?

hometerug
e.Vragen over grenzen

Als er een vredesakkoord komt moet er een afspraak komen waar precies de grenzen tussen Israël en Palestina komen te liggen.

1. Welke overwegingen spelen hierbij een rol?

2. Hoe zorg je voor een veilige en stabiele verbinding tussen de twee Palestijnse gebieden (de Gazastrook en de Westoever)?

hometerug
f.Vragen over nederzettingen

1. Wat moet er gebeuren met alle nederzettingen op de Westoever en de mensen die daar wonen? Moeten ze daar weg?

2. Moeten ze dan compensatie krijgen?

hometerug
g.Toekomst?

Soms denk je dat een situatie zo erg is dat er geen kans op verbetering of verandering is. Toch blijkt dat niets werkelijk stilstaat. Er is dus altijd kans dat omstandigheden, opvattingen en inzichten veranderen. We hebben dat al een paar keer gezien toen gesprekken en vredesakkoorden tot stand kwamen, waar dat eerder niet mogelijk was.

Discussie

Wat kunnen jongeren daarin betekenen? Staan jonge Israëliërs en Palestijnen open voor een dialoog? In hoeverre zijn zij door de geschiedenis, de omstandigheden en hun persoonlijke ervaringen beïnvloed?

hometerug

Informatie voor docenten

Beste docent,

Dit geschiedeniskatern over het conflict tussen Israël en de Palestijnen is ontwikkeld door educatieve ontwikkelaar ‘Deep Level Learning’, in opdracht van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI).

hometerug

1.Achtergrond

De opdracht was nadrukkelijk om een zo neutraal mogelijke en evenwichtige module te maken over dit onderwerp, en de visies van beide partijen in het conflict te presenteren.

‘Deep Level Learning’ ontwikkelt educatief materiaal met het doel leerlingen aan het denken te zetten, analytisch en kritisch denken te stimuleren, het visualiseren van informatie te faciliteren en het leggen van verbanden, creatief denken en het bekijken van feiten en conclusies van verschillende kanten, te promoten.

De opdrachtgever had verschillende bestaande lesmethodes rondom dit onderwerp onderzocht en vond ze veelal bevooroordeeld en feitelijk onbetrouwbaar, vandaar de opdracht aan ‘Deep Level Learning’ om een zo veel mogelijk onbevooroordeeld, evenwichtig katern te ontwikkelen.

hometerug

2.Doelgroep

Dit katern is bedoeld voor gebruik in Voortgezet Onderwijs, en is specifiek ontworpen voor het VMBO-GL/TL, vak geschiedenis, keuzeonderwerp: ‘De brandhaard Israël/Palestina’. Dit keuzeonderwerp wordt op scholen afgesloten met een schoolexamen dat kennis over dit onderwerp vanaf 1945 toetst. Dit katern begint echter veel eerder, omdat er meer achtergrond nodig is om de standpunten aan beide kanten van het conflict enigszins te kunnen begrijpen.

Het materiaal is ook geschikt voor een bredere groep leerlingen, zoals VWO- of HAVO-leerlingen, mogelijk vanaf de brugklas, mogelijk voor gebruik in projectonderwijs of als thema binnen de vakgebieden maatschappijleer en/of geschiedenis.

Voor ‘plus’ leerlingen of klassen voor hoogbegaafde leerlingen zou het een interessante uitdaging kunnen zijn om dit katern als een basis te gebruiken, en van daaruit dieper op het onderwerp in te gaan, verschillende aspecten verder te onderzoeken en een eigen interpretatie of (creatieve) werkvorm rondom het thema te maken. Dat gaat verder dan de vragen in dit katern en zou verschillende creatieve vormen kunnen aannemen zoals het maken van een toneelstuk of musical, een stripboek, een lied, een uitgewerkt voorstel voor een vredesakkoord, een zelf ontworpen poster over het thema etc. Vanzelfsprekend kunnen deze projecten zowel individueel als in groepen gedaan worden.

hometerug

3.De aanpak

Het katern is ontwikkeld met de volgende didactische uitgangspunten:

a. Een beknopte samenvatting van de relevante geschiedenis.

b. Visualisatie van de belangrijkste begrippen in de vorm van kaarten, diagrammen en illustraties.

c. Vragen en opdrachten die het leerproces ondersteunen, zowel voor het verwerven van feitenkennis, als ook over de belangrijkste punten van discussie. Het is nadrukkelijk de bedoeling om zoveel mogelijk de vragen en discussiepunten in groepsverband te behandelen (leerlingen de mogelijkheid bieden om samen te werken) en ook de inhoudelijke discussies in de klas als geheel te laten plaatsvinden.

hometerug

4.Rol van de docent

Er is bewust gekozen voor een belangrijke rol voor docenten om dit soms gevoelige onderwerp te begeleiden in een sfeer van wederzijds respect en redelijkheid. Verschillende opvattingen moeten de ruimte kunnen krijgen en klasgenoten zullen elkaar stimuleren om standpunten vanuit verschillende hoeken te bekijken.

De vragen zijn gericht op feitenkennis en op meningen, verbeelding en inzicht. Soms zijn de vragen makkelijke ‘reproductieve’ vragen en staat het antwoord een paar regels erboven of eronder vermeld. Deze vragen zijn echter niet overbodig, want ze vestigen de aandacht op de belangrijkste basiskennis en begrippen. Soms moeten de benodigde feiten elders opgezocht worden, bijvoorbeeld op Wikipedia, in een van de CIDI katernen of elders.

Bij andere vragen gaat het niet zo zeer om feitenkennis, maar om de meningen en hoe leerlingen hun kennis inzetten om die meningen te vormen. Leerlingen wordt gevraagd om analyses te maken en om verschillende scenario’s te bedenken en te vergelijken.

Over de antwoorden die leerlingen vinden of bedenken moet er altijd een groepsdiscussie volgen (met docent), om met elkaar te controleren of de feiten kloppen en of de meningen ergens op gebaseerd zijn en goed beargumenteerd kunnen worden.

De + vragen gaan iets verder dan de basiskennis over dit onderwerp. Deze vragen zijn bedoeld voor leerlingen die iets meer achtergrond willen hebben en zouden niet verplicht moeten zijn. Er is bewust voor gekozen om geen woordenlijst of begrippenlijst te maken. De belangrijkste begrippen en termen worden in de tekst uitgelegd, maar waar leerlingen niet zeker zijn van de betekenis van een woord, willen we de gewoonte stimuleren om die op te zoeken, (waarschijnlijk op internet). Dit helpt ook bij begrijpend lezen in het algemeen.

hometerug

5.Mediawijsheid

In alle gevallen, maar vooral in het geval van het opzoeken van feiten, gaan leerlingen ongetwijfeld gebruik maken van allerlei media en informatiebronnen. Dit willen we, en kunnen we, niet tegenhouden. We leven in een wereld met een hoge mate aan nepnieuws en complottheorieën. Onze taak in het onderwijs is om de leerlingen hierbij te begeleiden, bewust te maken, leugens zo mogelijk te laten zien voor wat ze zijn en ook het belang van goede, betrouwbare bronnen te laten zien. Zie doelen van 21ste-eeuwse vaardigheden en mediawijsheid in het onderwijs, bijvoorbeeld:

http://curriculumvandetoekomst.slo.nl/mediawijsheid

Leerlingen moeten natuurlijk de feiten checken en meerdere bronnen raadplegen. Wikipedia hoeven ze niet te vermijden, in de ‘echte’ wereld buiten school is dat een vaak gebruikte bron van informatie en volgens onderzoek scoort Wikipedia hoog op betrouwbaarheid. Wat betreft de pagina’s over Israël en Palestina, heeft Wikipedia beperkingen opgelegd zodat niet iedereen de teksten zonder overleg kan bewerken (wat wel kan bij minder gevoelige onderwerpen).

https://blog.wikimedia.org/2012/08/02/seven-years-after-nature-pilot-study-compares-wikipedia-favorably-to-other-encyclopedias-in-three-languages

Dit keuzeonderwerp ‘de brandhaard Israël-Palestina’ is voor veel leerlingen (en leerkrachten) zwaar beladen, met tegengestelde opvattingen over religie, ethniciteit, cultuur, politiek, identiteit en familiegeschiedenis etc. Het is een belangrijk onderwerp in onze samenleving en in de wereld van vandaag, vandaar dat het een plek heeft in het schoolvak geschiedenis, in dit geval op VMBO-GL/TL. Leerlingen gaan buiten school op informele wijze van alles leren en beweren over dit onderwerp. Vandaar de wens om websites en andere bronnen die de leerlingen toch al gebruiken om hun mening te vormen niet te verbieden, maar bewust en op een intellectueel verantwoorde manier te leren gebruiken.

hometerug

6.Meer tips voor gebruik van dit lesmateriaal

Laat leerlingen eerst deel I doorlezen zonder de vragen te hoeven beantwoorden maar wel met aandacht voor de kaarten. Vraag ze daarna pas de vragen te beantwoorden, mogelijk in groepjes van twee of drie. Vergelijk vervolgens hun antwoorden in een serie klassendiscussies waarin de leerlingen elkaar de ruimte geven om verschillende opvattingen te presenteren. Ze hoeven het niet met elkaar eens te worden en moeten dat kunnen accepteren.

Het is in dit hele onderwerp belangrijk dat onbetwistbare feiten erkend worden (zoals de Holocaust, bevolkingspercentages, etc), maar hoe je over de implicaties daarvan denkt kan verschillen. Dat de leerlingen zich daarvan bewust worden is een van de leerdoelen van dit katern.

hometerug

7.Structuur van het katern

Het onderwerp wordt gestructureerd in vier delen, die op hun beurt onderverdeeld zijn in korte hoofdstukken, met een verdere onderverdeling om de inhoud inzichtelijker te maken. Het kan nuttig zijn voor leerlingen om attent gemaakt te worden op deze structuur, en dat kan leerlingen ook helpen om goede studiestrategieën te ontwikkelen. Het besef dat een goed inzicht in de structuur van een studiemodule of van een tekst, nuttig kan zijn, kan zowel de algemene studievaardigheden als de metacognitieve vaardigheden bevorderen.

hometerug

8.Extremisme

Het katern bespreekt de rol van extremisme bij beide kanten van het conflict en ook het feit dat extremistische opvattingen vaak een belemmering vormen voor het maken van het soort compromissen dat essentieel is voor het bereiken van een vredesakkoord.

hometerug

9.Conflict-resolutie

Leerlingen maken kennis met het begrip conflict-resolutie en hoe ingewikkeld dat kan zijn. Ze gaan bedenken en bespreken welke standpunten dit conflict zouden kunnen verminderen of verergeren. De overwegingen die relevant zijn voor het Israëlisch-Palestijns conflict zijn soms ook van toepassing bij andere conflicten.

hometerug

10.De Overzichtsposter

Een bijbehorende poster (100 x 70 cm) kan besteld worden en is bedoeld om op te hangen in het klaslokaal of in een studieruimte, met de volgende doelen:

a. Voor de docent en voor leerlingen functioneert de poster als een overzicht en samenvatting van het geheel. Het feit dat de poster in het klaslokaal blijft hangen betekent dat hij altijd als referentiepunt kan dienen voor gesprekken over het onderwerp en waarschijnlijk zulke gesprekken zelfs stimuleert.

b. Sommige leerlingen vinden het handig om vanaf het begin een overzicht over een onderwerp te hebben. Dat missen ze vaak in hun lesmateriaal, wat jammer is, want het feit dat sommige leerlingen deze behoefte voelen toont een hoge orde van metacognitief bewustzijn. De mogelijkheid om de poster als overzicht te gebruiken helpt deze leerlingen om ‘in en uit te zoomen’ op de verschillende onderdelen. Op die manier bouwen ze de nodige feitenkennis en inzichten op.

c. Andere leerlingen vinden het misschien ‘te veel’ om alles meteen in de vorm van een visuele samenvatting te zien en kunnen beter gewoon beginnen met het lezen van deel I en het maken van de eerste vragen. Vervolgens gaan ze zich realiseren dat de verschillende kaarten en analyses op de poster ook een samenvattingsfunctie hebben en behulpzaam kunnen zijn bij hun voorbereidingen op het schoolexamen.

Sonia van Enter
Deep Level Learning

hometerug

Overzichtsposter

poster.png

Deze poster (100 x 70 cm) is een onderdeel van het vo-geschiedenisproject Het conflict tussen Israël en de Palestijnen.

Hij geeft een overzicht van de inhoud van het project en toont de kaarten. De poster is bedoeld om te gebruiken in combinatie met de teksten van het bijbehorende katern. Hij is te verkrijgen bij het CIDI.

hometerug

Colofon

Over het conflict tussen Israël en de Palestijnen
is een uitgave van CIDI.
©2018 Centrum Informatie en Documentatie Israel CIDI
www.cidi.nl

Deze site is afgeleid van het gelijknamige boek. Dit boek is, evenals de poster, te bestellen bij het CIDI.
ISBN 978-90-829164-0-9
NUR 242

Concept en uitwerking

dr. Sonia van Enter, Deep Level Learning
www.deeplevellearning.com

Grafisch ontwerp, illustraties en kaarten

Jan Kees Schelvis, SchelvisOntwerp
www.schelvisontwerp.nl

Technische implementatie

Marten Koetsier, Koetsier Engineering
www.koetsierengineering.nl

Niets van deze uitgave mag vermenigvuldigd, of op welke wijze dan ook openbaar gemaakt worden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.